Blog ter gelegenheid van de Week van Inclusief onderwijs 9 – 13 maart 2026 . Op 12 maart 2026 verschenen op LinkedIn.
Dit is de week van inclusief onderwijs. Vijf dagen lang aandacht voor inclusief onderwijs, een initiatief van het platform Naar Inclusiever Onderwijs. Het heeft mij aan het denken gezet: wat zijn wat mij betreft nu de belangrijkste vijf topics die spelen als het gaat om inclusief onderwijs? In dit blog heb ik ze gegoten in vijf handvatten, met de bedoeling een positieve impuls te geven aan de ontwikkeling naar inclusiever onderwijs.

WOORD VOORAF. Dit keer een compacte blog – te lezen als een overzichtsblog. Voor inspiratie kun je klikken op de linkjes in de tekst, wie weet levert je dat nieuwe inzichten en informatie op! Voor een verdiepingsslag kan ik je zeker De Onderwijstrilogie aanraden. Inclusief onderwijs is een van de vele rode draden die door de drie delen lopen: van pijnpunten, naar nieuwe perspectieven tot concrete handelingsperspectieven.
Handvat 1. Inclusief denken vraagt soms om exclusieve benaderingen.
Sardes ontwikkelde de inclusieladder: een mooi middel om het gesprek te voeren over wat we nu eigenlijk onder inclusief onderwijs verstaan. Voor iedereen betekent het weer wat anders. Ik ben ervan overtuigd dat veel reguliere scholen nog veel meer kunnen betekenen dan ze nu doen, als het gaat om passend aanbod op school voor ieder kind. Tegelijkertijd moeten we ook niet bang zijn om kinderen voor bepaalde periode een plek te bieden in een exclusieve omgeving. Of dat nu gespecialiseerd onderwijs, voltijds hoogbegaafdenonderwijs, een startklas of islamitische school is. Er zijn nog vele andere vormen uiteraard. Deze licht ik bewust uit omdat:
- Gespecialiseerd onderwijs in meer of mindere mate zal blijven bestaan. Het is een utopie te denken dat iedere school alle specialismen kan herbergen en aan alle randvoorwaarden kan voldoen die we binnen het gespecialiseerd onderwijs zien.
- Voltijds hoogbegaafdenonderwijs een noodzaak is, zeker voor uitzonderlijk hoogbegaafde leerlingen. Het is juist deze doelgroep die het meest vastloopt in het regulier onderwijs. Kunnen ontwikkelen te midden van peers (ontwikkelingsgelijken) is geen luxe, maar broodnodig.
- Een startklas de noodzakelijke brug kan bieden tussen de kinderopvang en het regulier onderwijs wanneer deze overgang te groot wordt. Het is één antwoord op een gesignaleerde ontwikkeling: die van onderinstroom.
- Uit onderzoek is gebleken dat islamitische basisscholen bijdragen aan integratie in de samenleving. Met andere woorden: op het oog niet-inclusieve scholen dragen bij aan een inclusieve samenleving).
Handvat 2. Los bestaande systeemfouten op.
Er ligt een landelijke ambitie voor inclusief onderwijs in 2035. Door organisatieadviesbureau Hutspot is een droombeeld gevisualiseerd.

Deze ambitie vraagt om het oplossen van systeemfouten waar we echt niet meer omheen kunnen. Ik noem er een aantal:
- Voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten. De kosten gaan voor de baten uit: de meeste ondernemers weten dat wel. Nu is het geen geheim dat passend onderwijs en inclusief onderwijs mede als doel heeft dat enerzijds het aantal doorverwijzingen (en dus plaatsingen) in het gespecialiseerd onderwijs af gaan nemen en anderzijds dat de instroom in de jeugdzorg afneemt. Om de eenvoudige reden dat het systeem dat we met elkaar hebben gecreëerd te duur is. Maar veranderen vraagt om investeringen. Wil je werelden van zorg, regulier onderwijs, speciaal onderwijs, gemeenten, GGD, etc. met elkaar verbinden? Dan zul je er eerst geld bij moeten leggen. Het systeem kan wel degelijk veranderen, waardoor we minder duur uit zijn, maar het kost wel geld om daar te komen.
- Zorg voor onderwijs voor leerlingen met een IQ boven de 130. Dit is nog steeds geen open deur (helaas), maar wanneer we de onderwijssoorten op de IQ-curve plakken, kunnen we niet uit onder de volgende constatering: Ons onderwijssysteem heeft géén structureel aanbod voor een IQ van boven de 130. Met de nodige thuiszitters tot gevolg.
- Chinese walls aanpakken. Er staan dikke systeemmuren tussen bijvoorbeeld het regulier en speciaal (basis)onderwijs. Inge Westerveld zei treffend in het gesprek dat ik met haar had: “De inclusieve scholen die het nu lukt, lukt het óndanks het systeem.” Systeemtechnisch staan tal van zaken in de weg (denk b.v. aan twee leerlingvolgsystemen wanneer je sbo en regulier onderwijs combineert).
- Verklein klassen. Het aantal kinderen in een klas zegt niet altijd iets over of een leerkracht de juiste aandacht kan geven die al die kinderen vragen, maar grosso modo heeft het wel degelijk invloed. Uit de Staat van de Ouder 2025, opgesteld door Ouders & Onderwijs, blijkt dat ouders vinden dat de onderwijskwaliteit te lijden heeft onder te grote klassen. Hetgeen in lijn ligt met verschillende onderzoeksbevindingen: de belasting omlaag betekent de kwaliteit omhoog.
Handvat 3. Inclusief onderwijs vraagt om durven loslaten van het leerstofjaarklassensysteem.
Een van de grootste parels die ik vond tijdens het doorspitten van meters onderzoek, was wel deze:
In 2021 doet het Nederland Centrum Onderwijs en Jeugdzorg (NCOJ) twee onderzoeken naar de staat van het inclusief onderwijs: binnen het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Voor de basisscholen was het speuren naar welke scholen werkten aan inclusief onderwijs, maar dat waren er heel wat meer dan de onderzoekers vooraf gedacht hadden: ze vonden er uiteindelijk driehonderdvijfentwintig. Voor het voortgezet onderwijs waren dat er tweeënzestig. Uit beide onderzoeken blijkt dat er relatief veel inclusieve scholen vernieuwingsonderwijs geven. Het leerstofjaarklassensysteem is losgelaten of er zijn bestaande (vernieuwings)onderwijsconcepten zoals Dalton, Jenaplan of Vrije school gebruikt. In een aantal gevallen zijn er andere eigentijdse vormen van onderwijs gebruikt zoals Agora, leerpleinen of Kunskapsskolan (een Zweeds concept). Binnen het voortgezet onderwijs, merkten de onderzoekers op, werd het onderwijs wel vaker (deels) in aparte (in plaats van gemengde) klassen georganiseerd, met hulp vanuit het voortgezet speciaal onderwijs. Uit beide onderzoeken komt ook naar voren dat er de nodige randvoorwaarden zijn die nog niet goed zijn ingevuld om goed vorm en inhoud te kunnen geven aan inclusief onderwijs. Het gaat dan om zaken als wet- en regelgeving, maar ook expertise bij leraren en de toegankelijkheid van het gebouw. (Uit: Hoofdstuk 27 Inclusief onderwijs met ruimte voor verschil, De Onderwijstrilogie deel 2, pag. 127)

Het leerstofjaarklassensysteem en inclusief onderwijs lijken niet zo hand in hand te gaan. Dit systeem is wel de grondslag voor het onderwijsconcept van de meeste reguliere basisscholen. Het (deels) loslaten ervan zou weleens de grootste ingang kunnen bieden tot inclusiever onderwijs.
Handvat 4. Inclusief onderwijs verdient ook een plek binnen het gespecialiseerd onderwijs.
Je zou denken dat binnen het gespecialiseerd onderwijs er sprake is van inclusief denken. Ik kwam tot de ontdekking dat dat niet het geval is. Inclusief denken vraagt om menselijkheid en gelijkwaardigheid: ieder mens voor vol aanzien en serieus nemen wat hij of zij nodig heeft, kansen geven om potentieel en talent te ontwikkelen en zijn of haar stem serieus nemen. Maar dat is geen vanzelfsprekendheid in het gespecialiseerd onderwijs. Vier voorbeelden:
- Recent verscheen in het nieuws dat leerlingen in het vso dikwijls met lesmateriaal te maken heeft dat helemaal niet voor hen bedoeld is.
- Uit het onderzoek van Marion van der Burg naar inspraak van leerlingen in het praktijkonderwijs van vso-school De Brug bleek dat de leerlingen vaak te maken hebben met validisme (‘een vorm van discriminatie zoals het stelselmatig betuttelen, verkeerd inschatten of negeren’).
- Het clusteronderwijs is ingedeeld naar vier soorten ‘beperkingen’. Wanneer leerlingen een combinatie hebben van meerdere beperkingen of waneer dat de beperking juist gecombineerd wordt met hoogbegaafdheid (zgn. ‘twice exceptional’) dan heeft geen enkel cluster een passend aanbod, maar is er eerder sprake van verkokering.
- Tijdens mijn research kwam ik in aanraking net de term ‘fixeren’ binnen het gespecialiseerd onderwijs (cluster vier: voor kinderen met gedragsproblematiek). Ronald Heidanus, een van de mensen die ik interviewde, zegt hierover in dit artikel naar aanleiding van een oud-leerling die zelfmoord pleegt: “Volgens de protocollen moesten we hem bij zo’n uitbarsting fixeren, omdat de veiligheid van andere leerlingen in het geding was. Dan pak je een kind bij de pols en probeert hem naar de gang te brengen. Lukt dat niet, dan draai je de arm, waarmee je een pijnprikkel kunt afgeven. In het uiterste geval leg je een leerling op de grond. Eén collega bovenop, een ander houdt de voeten vast. Vaak is er nog een derde bij, die praat. Bij Willem gebeurde dat ongeveer eens per week” (De Volkskrant, Rik Kuiper, 9 mei 2021).
Het gespecialiseerd onderwijs zélf is dus ook nog niet het toonbeeld van inclusief onderwijs. In plaats van enkel ons te richten op de verandering die binnen het regulier onderwijs moet daar ook plaatsvinden, is het raadzaam óók naar het gespecialiseerd onderwijs te kijken. Er is op meerdere fronten ontwikkeling mogelijk.
Handvat 5. Voer het gesprek over normaliseren.
Last but not least: normaliseren is een van de meest favoriete woorden binnen het vocabulaire van inclusief onderwijs. Eén simpel woord, maar allesbehalve een makkelijke opgave. We hebben er wel meer dan 100 jaar over gedaan om te bouwen aan het systeem dat we nu hebben (van het inrichten van speciaal onderwijs tot en met het ontwikkelen van de DSM: het boekwerk dat ten grondslag ligt aan de ingeburgerde labels die we te pas en onpas uitdelen of onszelf toedelen). Een patroon dat er in zoveel jaar is ingeslepen (in de zorg, de maatschappij en het onderwijs), heb je er niet zo 1-2-3 uit. Dat vraagt om veel praten, spiegelen en nadenken: kortom, bewustwording. Een van de pioniers op dit vlak is professor Laura Batstra, die haar eerste uitgave over ADHD de prikkelende titel Hoe voorkom je ADHD? door de diagnose niet te stellen gaf.
Het integreren – of anders gezegd: internaliseren – van een nieuwe zienswijze, een paradigmaverandering, kost tijd. Veel tijd, juist omdat veel van ons handelen automatisch geschiedt en we niet zo bewust zijn als we misschien zouden willen. (Uit: Hoofdstuk 47 Integreren kost tijd, De Onderwijstrilogie deel 3, pag. 130 en 131)
OCW heeft de ambitie neergelegd met als doeljaar 2035. Dat is nog geen decennium van ons vandaan. Dat we een doel stellen, is wel begrijpelijk. Doen we het niet, vertrekken we waarschijnlijk niet of te minimaal. Maar laten we reëel blijven en tijd geven aan het laten ontvouwen van de weg die ingeslagen is. En vooral niet blind zijn voor de vele uitdagingen die we daarin tegenkomen. Op naar nog minstens tien jaar de week van inclusief onderwijs, voor één week per jaar waarin we net wat langer en dieper nadenken en stilstaan bij dit belangrijke onderwijsthema.
Kim Castenmiller © 2026
Over de auteur
Inclusief onderwijs is een van de thema’s in het onderwijs waar ik mij voor inzet, o.a. in de projecten die ik doe. Van 2019 t/m 2025 heb ik uitgebreid research gedaan naar de echte staat van het onderwijs, de toekomst van ons onderwijs en hoe we verandering en vernieuwing van het onderwijs kunnen realiseren. De weerslag van mijn research vind je in De Onderwijstrilogie. Een driedelig werk waarop dit blog mede is gebaseerd.
Interesse in de trilogie? Lees meer op www.deonderwijstrilogie.nl
Meer weten over mijn dienstverlening? Kijk dan op www.flowcreations.org en lees over ‘anders doen’.
